Belastingadvies bedrijfsopvolging

Bedrijfsopvolging (incl. staking onderneming)

Hoe kan fiscaal gezien het beste de onderneming worden overgedragen? Is een activa/passiva transactie of juist een aandelentransactie gewenst? Op welke wijze kunnen de geruisloze doorschuiffaciliteiten optimaal worden benut? Is afstemming van de overdrachtsprijs met de Belastingdienst noodzakelijk om fiscale risico’s te beperken? Hoe kunnen bij overlijden de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zo worden benut dat zo min mogelijk belasting verschuldigd is?

Praktijkcases belastingadvies bij bedrijfsopvolging

door: Michiel Opgenoort

Advies om bij staking onderneming pand voorlopig niet te verkopen, maar te bewonen wordt opgevolgd!

De heer Albrechts heeft een kleine drukkerij waarvan de vooruitzichten niet erg rooskleurend zijn. Het pand waarin hij zowel woont als zijn bedrijf uitoefent is zijn eigendom en staat (terecht) op de ondernemingsbalans. Hij overweegt te stoppen met zijn bedrijf en het pand te verkopen. Het fiscale probleem is dat de werkelijke waarde van het pand veel hoger is dan de boekwaarde. Aan hem is geadviseerd om eerst zijn bedrijf te staken en het gehele pand als woning te betrekken. Op basis van een besluit van de Staatssecretaris mag het pand dan tegen 65% (bij leeftijd t/m 60 jaar) van de waarde naar privé worden overgebracht, hetgeen de belaste stakingswinst aanzienlijk beperkt. In een later stadium zou hij het pand aan een derde kunnen verkopen vanuit privé, zonder dat daarbij inkomstenbelasting verschuldigd is. In dit geval was de heer Arendsen bereid om uit fiscale overwegingen zijn plannen aan te passen en dus voorlopig het pand niet te verkopen, doch erin te blijven wonen. En dat leverde voor hem een aanmerkelijk belastingvoordeel op!

Overdracht tegen een winstrecht is goede optie bij uittreding oudere firmant uit VOF

De zussen Benting drijven samen met hun moeder een horecabedrijf in de vorm van een VOF. In de VOF-akte is de winstverdeling tussen de drie firmanten nooit goed vastgelegd. Van aanvang af kreeg ook moeder een winstaandeel van 1/3, ondanks dat zij nog nauwelijks arbeid verrichtte. Dit en het feit dat moeder ook een stem heeft in de VOF is een ongewenste situatie voor de zussen. De zussen willen zonder bemoeienis van moeder verder en dit op een zakelijke manier afhandelen. Voor moeder is het belangrijk dat zij over voldoende vermogen/inkomsten kan beschikken om van te leven (zij heeft nauwelijks pensioen opgebouwd). In dit geschil is het belangrijk dat men het eens wordt over de waarde van het 1/3-aandeel van moeder, inclusief haar deel in de opgebouwde goodwill. Daarna is het de vraag op welke wijze de overdracht in fiscaal opzicht het beste kan plaatsvinden. Geruisloze overdracht van het firma-aandeel van moeder aan de zussen is een optie, waardoor fiscale afrekening over de stakingswinst van moeder wordt voorkomen. Echter, de zussen zijn niet in staat om de benodigde gelden hiervoor (al dan niet middels een bancaire lening) aan moeder te betalen. Bovendien lopen zij hiermee een groot risico in het geval de ondernemingswinst in de toekomst gaat dalen; de tekenen daarvan zijn nu al zichtbaar. Voor moeder zou dan de vordering op haar kinderen in principe in box III vallen, waardoor zij daarover jaarlijkse 1,2% inkomstenbelasting verschuldigd is. Fiscaal gezien is zij (afhankelijk van de rente) meestal beter af als de rente belast zou zijn in box I tegen het (65+)tarief in de eerst schijf. Daarom is geadviseerd om moeders firma-aandeel tegen een winstrecht aan de dochters over te laten dragen. Dit is voor de dochters minder risicovol, want als de ondernemingswinst lager wordt, wordt daarmee automatisch ook de winstrecht-uitkering aan moeder lager. Moeder hoeft niet direct af te rekenen over de waarde van het winstrecht, maar rekent in box I af op het moment dat de winstrechtuitkeringen de kapitaalstand van moeder in de VOF overstijgen. Om daarnaast moeder te laten profiteren van de stakingswinstaftrek ad € 3.630, ontvangst zij daarnaast een vaste uitkering ter grootte van hetzelfde bedrag zodat die niet belast is. Op deze wijze is voor alle partijen fiscaal gezien de optimale situatie bereikt.

Anticipeer tijdig op een toekomstige verkoop onderneming/ verhuur pand!

Muziekwinkel Cello is een matig draaiende eenmanszaak. De eigenaar heeft nooit oudedagsvoorzieningen opgebouwd, maar is wel in het bezit van een bedrijfspand dat voor  € 100.000 op de balans staat, doch een waarde heeft van € 800.000. Het plan is om over 3 jaar te stoppen met de winkel door de exploitatie van de winkel te verkopen. M.b.t. het pand wil hij de keuze openhouden om het mee te verkopen dan wel te verhuren.

Het probleem is dat bij latere verhuur of verkoop van het pand inkomstenbelasting verschuldigd is over de boekwinst (€ 700.000) tegen het progressieve IB-tarief (max. 52%). Om dit te voorkomen is besloten om de eenmanszaak geruisloos -d.w.z. zonder heffing van inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting- om te zetten in een BV.

Hierdoor is het mogelijk om na de driejaarstermijn de exploitatie van de winkel uit de BV te verkopen zonder dat over de meerwaarde van het pand (vennootschapsbelasting) hoeft te worden afgerekend. Het bedrijfspand kan vervolgens in de BV als belegging worden aangehouden en aan de bedrijfsopvolger worden verhuurd.

Als de bedrijfsopvolger in de exploitatie van de winkel en het bedrijfspand is geïnteresseerd, bestaat de mogelijkheid om de aandelen van de BV vrij van vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting aan hem te verkopen. In dat geval zal er wel aanmerkelijk belangheffing verschuldigd zijn over de vervreemdingswinst. Als het belang groot genoeg is kan deze aanmerkelijk belangheffing ook nog voorkomen worden door er een holding-BV ‘boven te hangen’. In dit geval wordt het belang daarvoor niet groot genoeg geacht, zodat met één ‘werk-BV’ wordt volstaan.

Het bijzondere van dit geval is dat de administrateur die de eigenaar financieel begeleidt tijdig mij om fiscale bijstaand heeft gevraagd, zodat ook de omzetting in BV-vorm op tijd kan plaatsvinden, d.w.z. minimaal 3 jaar voordat een bedrijfsoverdracht überhaupt aan de orde is. En dat is uiteraard een zeer goede zaak.

Let op toekomstige erfbelasting bij bedrijfsopvolging vader-zoon (1)

De heer Dolman heeft zijn bedrijf in de vorm van een holdingstructuur. Hij overweegt 100% van de aandelen van de werk-BV  aan een holding van zijn zoon ter verkopen. Deze holding heeft geen eigen vermogen en kan de koopprijs maar moeilijk bij een bank financieren. In eerste instantie werd gedacht aan de oplossing waarbij de holding van de zoon de koopprijs van de aandelen (deels) schuldig zou blijven aan de holding van zijn vader (tegen zakelijke voorwaarden). Een dergelijke opzet heeft echter nadelen voor de verschuldigde erfbelasting als vader komt te overlijden. Er kan dan geen gebruik worden gemaakt van de bedrijfsopvolgingsregeling waarbij de eerste ca. € 1 miljoen aan ondernemingsvermogen is vrijgesteld van erfbelasting. Uiteindelijk is daarom gekozen voor de oplossing dat de holding van vader geen vordering krijgt maar een preferent aandelenpakket in de werk-BV, waarvan de zoon indirect (via zijn holding) de gewone aandelen houdt. Op deze wijze kan de zoon bij overlijden van zijn vader onbelast de aandelen van de holding-BV erven, omdat die dan wel kwalificeren als ondernemingsvermogen. Natuurlijk wordt bij een dergelijke bedrijfsopvolging ook goed in de gaten gehouden dat geen vennootschapsbelasting- of overdrachtsbelastingheffing ontstaat, maar dat spreekt voor zich.

Let op toekomstige erfbelasting bij bedrijfsopvolging vader-zoon (2)

De heer Eigeman heeft in de loop van de jaren een succesvol hotelbedrijf opgebouwd met een behoorlijke waarde en bijbehorende jaarlijkse winsten. Hij wil zijn (enige) zoon ook graag hierin laten deelnemen om hem meer bij het bedrijf te betrekken. Daarnaast wil hij dat bij zijn overlijden zijn zoon zo min mogelijk erfbelasting betaalt. Hij beschikt over een holding-BV met daarin onroerende zaken (het hotel) en (indirect) een werk-BV met daarin het bedrijf. Gekozen is voor de oplossing om een overname-BV in het leven te roepen waarvan na een aandelenruil de vader alle preferente aandelen krijgt en de zoon de gewone aandelen. Op deze manier profiteert de zoon door een kleine investering in gewone aandelen voortaan mee in de waardestijging van het bedrijf. Daarnaast blijft vader het stemrecht behouden en de beslissing om dividend uit te keren ligt ook bij hem, zodat wordt voorkomen dat zoon daadwerkelijk over contanten kan beschikken (en vervolgens kan uitgeven). Fiscaal gezien verloopt alles geruisloos, dus zonder aanmerkelijk belangheffing en heffing van overdrachtsbelasting. Bijkomend fiscaal voordeel is dat bij overlijden van vader de zoon erfbelastingvrij de preferente aandelen van vader kan erven vanwege de bedrijfsopvolgingsvrijstelling (bij ondernemingsvermogen tot ca. € 1 miljoen; daarboven geldt een vrijstelling van 83%). Ja, goed fiscaal anticiperen is een hele kunst en dat is hier goed gelukt.

Mag Opgenoort Belastingadivies u ook bijstaan met belastingadvies bij bedrijfsopvolging?